HEACH
Naam: Henk de Raadt
Op maandag eenentwintig maart, de dag was nog maar vijf minuten oud, in negentienhonderd-en-vijfenvijftig, slaakte mijn moeder diepe zuchten in de Sifra kraamkliniek in de Rotterdamse wijk Blijdorp. Inderdaad ik ben geboren in Blijdorp, maar wel buiten het hek.
Na een jaartje bij oma in het onverwarmde kamertje-aan-de-straat-kant, zijn wij verhuisd naar een leuk huisje (3 hoog achter) in de Rotterdamse arbeiderswijk Feijenoord. De 1e Stampioendwarsstraat nummer 4b lag tussen de fabrieken van Van der Berg & Jurgens (Blue-Band), Oranjeboom bier en de ERMI (melkfabriek). De straten lagen bezaaid met fabriekssporen. Steevast kwam elke dag een rangeerlocomotief (5/600) door de straten om wagens te brengen en te halen. Kleine Henkie was best gefascineerd door al die activiteit en dat grappige mannetje met zijn rode vlaggetje die het verkeer stond te regelen om de trein door het straatverkeer te loodsen.
Aan de andere kant van de “grote” treinbaan, het spoor dat over de Koningshavenbrug (De Hef) naar station Rotterdam Zuid leidde, tufte op smalspoor de
“moordenaar”
. Het stoomtreintje van de RTM naar Oostvoorne. Ook al zo’n grandioos spektakel voor de kleine jongen.
Je begrijpt het al, Henkie was zo’n jaar of drie toen mammie hem plots kwijt was. Grote paniek in huize de Raadt. Ondertussen, van geen kwaad bewust zorgde ik voor mijn eigen vermaak.
Ik was gaan kijken bij de “herrietrein”. De spoorwegovergang in de Rosespoorstraat, (post 55), waar niet alleen van die slagbomen met spijltjes over de straat heen waren gemaakt, maar ook over het haaks kruisende spoortje waar de lege wagons naar de fabrieken reden, om gevuld weer terug te komen. De herrietrein maakte vooral herrie als er een trein van de brug af kwam en over de haakse kruising denderde, vlak voor mijn ogen. Geweldig vond ik dat. In post 55 heb ik menig gesprek gevoerd met de beambte die de seinen en de spoorbomen moest bedienen als er een belletje ging. Een echte treindienstleider die, met handels die groter waren dan ik, de spoorbomen en de seinen bediende. Tuurlijk mocht ik dat ook wel doen. Een tijdje later, mijn moeder had mij inmiddels gevonden en wist voortaan waar ik uithing, stond ik met mammie te kijken bij de rangeerlocomotief die met uitgeschakelde dieselmotor stond te wachten tot zijn karretjes met een vrachtwagentje (Unimog) aan elkaar waren geregen. Ik vroeg aan de meneer of ik wel eens in die, voor mijn gevoel enorme, machine mocht kijken. Tuurlijk mocht ik dat! Mammie mocht ook mee naar boven. Later snapte ik dat het misschien wel niet was om MIJ een plezier te doen. Of ik ook eens de motor mocht aandoen? Ik ben nog nooit zo snel en hard huilend van een locomotief afgegaan. Wat een pleurisherrie maakt zo’n ding.
Mijn buurjongen en vriendje (Johnnie de Rooij is later storingsmonteur geworden, dus het kwam echt door deze gewijde grond) had een modeltreintje van Märklin. Je voelt hem al aankomen, mijn toekomst was hier bepaald, ik moest en zou machinist worden.
Alle jaren op de grote school, we waren inmiddels verhuisd naar het centrum van Rotterdam, waren jaren van veel afleiding door de passerende treinen op het spoorviaduct naast de
Jan Prinsschool
(op de open plaats gebouwd) bij station Blaak.
Tot groot verdriet van mijn moeder, die het niet kon uitstaan dat ik het vak “cijferen” maar niet onder de knie kreeg.
Toch eens informeren wat voor school zo’n machinist moet volgen om te leren een trein te besturen. LTS elektro moest het worden en aldus geschiedde. Pa was ook elektriciën en ik was al een paar keer mee geweest in zijn dienstauto om de openbare verlichting te repareren bij nacht en ontij. Dat was toen nog zo, want daar betaalden de mensen hun belasting voor. Plichtsgetrouw baasje, die ouwe van mij. Na de LTS maar eens gesolliciteerd bij de NS. Jammer vriend, voor machinist moet je 21 jaar zijn. Maar als ik treinen wilde zien, moest ik maar eens het vak gaan leren op de NS Vakschool, met stage in de werkplaats te Leidschendam. Machinist ben ik nooit geworden, ik had intussen veel leukere dingen te doen dan volcontinuedienst, maar treinen heb ik gereden!! Tuurlijk met de machinist naast mij, maar wel op een manier die geen enkele andere machinist mocht doen. Proefritten, kijken of een trein het onderweg weer gaat doen als je ietsje meer geweld gebruikt. Een trap tegen de juiste relaiskast wil wel eens helpen. Rik-klik-klik en daar had ik het ding alweer aan de praat. ICM-materieel inregelen af fabriek op de hoofdbaan. Weet je dat zo’n ding makkelijk 185 km/h haalt? Opvallend was dat de spoorbomen dan nog maar halfdicht waren als je over de overweg reed. Nou ja, dan hoefden die mensen ook niet zo lang te wachten.
Omdat het vak zo leuk is, ben ik het ook aan anderen gaan vertellen. Eerst maar eens lesboeken en audio-visuals maken, video bestond nog maar net, dus werden dat dia’s met een geluidsbandje.
Monteurs geleerd dat je door analyseren storingen kunt oplossen op een andere manier dan een voor een alle onderdelen verwisselen tot ie het weer doet.
Toen ik een jaar of 11 was ben ik ook bevangen door de brandweer. Geweldig die grote rode auto’s die met veel kabaal de sensatie tegemoet gaan.
Ahrens Fox
, zegt jullie niets natuurlijk? Destijds HET paradepaard van de
Rotterdamse jeugdbrandweer
. We maakten echt “de blitz” op brandweerwedstrijden. Vanaf mijn 16e bij de vrijwillige brandweer gegaan en veel geleerd over veiligheid, risico’s en hoe je daar in de meest extreme omstandigheden toch verantwoord mee kunt omgaan. Ook in militaire dienst was brandweer mijn vak. Stukje opleiding gehad in Arnhem (LETS) waar we ooit een keer met de
“slagroomklopper”
(crashtender) hebben geoefend.
Maar goed vrienden, aan alles komt een eind. Ook aan de spielerei met treintjes, en brandweerautootjes. Ik heb alles bij elkaar geveegd en heb een wat serieuzer beroep gekozen waarbij alle stukjes in elkaar passen: Veiligheidskunde bij de spoorwegen en meer precies: ProRail. Daar adviseer ik over spoorwegveiligheid en voer incidentenonderzoek uit als het een keer flink mis is met die veiligheid. Hobby’s heb ik tijdelijk niet meer, maar zeilen, keyboardspelen, historische
smalspoortreintjes
, modelspoorbeveiliging, zullen ooit weer de kop opsteken. Ik heb de opleiding tot
Hogere Veiligheids Kundige
(HVK) succesvol afgesloten. De competenties daarbij spreken mij wel aan: Houding, Vaardigheden, Kennis. (HVK) Dat vak leer ik door Gezond Boeren Verstand (GBV) en een flinke dosis praktijkervaring (met nogal wat bijna ondervonden risico’s) te combineren met een onverzadigbare honger naar alles wat er over dat vak te lezen valt.
Onderweg daar naar toe heb ik onderstaande klussen en klusjes gedaan:
Na de LTS-elektro heb ik de volgende opleidingen en cursussen gevolgd:
1971-1973....Monteur Sterkstroominstallaties van VEV te Nijkerk
1973-1975....Bedrijfselektronicamonteur van VEV/NERG te Nijkerk
1973-1979....Diverse cursussen onderhoud en storingen spoorwegmaterieel door NS-Opleidingen
1979............Leerstofontwikkelaar,
Kessels & Smit
Utrecht
1980-1982....Praktijkopleider,
Pedagogisch Technische Hogeschool
1993-1994...
Middelmanagement
, Instituut Bedrijfswetenschappen IBW te Utrecht
1995............Analysevaardigheden van
Keppner & Tregoe
en NS-Opleidingen
1995-1996....Arbocoördinator Arbobeleid, Euroforum Eindhoven (o.l.v. Arbeidsinspectie)
2001...........
Auditor
, KEMA te Arnhem
2000...........
Basisveiligheid
VVA 1/ VVA 2 gevolgd bij lasinstituut Aval
2000............Veiligheidsonderzoeker, Railned en
NS-Opleidingen te Amersfoort
2004...........
Tripod Bèta, gevolgd bij
Tripod Solutions
.
1966-1992....Vanaf
jeugdbrandweer te Rotterdam
, via bedrijfsbrandweer NS naar
Vrijwillige brandweer gemeente Rotterdam
, later
Leidschendam
en
Regionale brandweer Haaglanden
. Eerst als brandwacht, later als centralist, instructeur en examinator.
Vele (veiligheid) opleidingen gevolgd op het gebied van verbranding en blussing, gevaarlijke stoffen, beschermingsmiddelen, spoedhulpverlening en calamiteitenbestrijding.
Klik op het plaatje om terug te gaan naar de vorige pagina