Competentieprofiel PHOV/HVK
Kunnen analyseren
De mate van bekwaamheid in het ontleden van vraagstukken in componenten, om de herkomst van feiten te herleiden en in perspectief te plaatsen, om vanuit verschillende gezichtspunten te belichten, en oplossingen en methoden te vergelijken met nieuwe trends en ontwikkelingen. Het vermogen om met oorspronkelijke oplossingen te komen en zichzelf te blijven informeren en verbeteren.
Ontoereikend gedrag
Subjectieve beoordeling van kwesties, geen onderscheid tussen hoofd- en bijzaken maken, gebrek aan structuur in ordenen en presenteren van vraagstukken, onnavolgbare argumentatie of indelingen hanteren, éénzijdige redenatie of benadering, gebrek aan belangstelling voor nieuwe trends en oplossingen, geen gebruik maken van deskundigheid van derden, sterk vertrouwen op bewezen methods, steeds dezelfde oplossingen en werkwijze hanteren.
Kunnen beïnvloeden
De vaardigheid om de kern van een idee of belangrijke informatie in correct en op de doelgroep afgestemd Nederlands te communiceren. Het talent om bij de belevingswereld van de ander aan te sluiten en respect, sympathie en inzet te verkrijgen voor de realisatie van zijn plannen, standpunten en initiatieven; ook wanneer er aanvankelijk twijfel of weerstand bij de andere partij leeft.
Ontoereikend gedrag
Wollig, technisch of academisch taalgebruik, mensen overspoelen met informatie, verschillen in opvattingen benadrukken, verzuimen overeenkomsten en gedeelde belangen en standpunten te benoemen, sterk vasthouden aan het individuele belang of de eigen mening, het belang van de ander negeren, altijd dezelfde benadering kiezen, drammen.
Kunnen verbreden
De wijze van benoemen, vergelijken met criteria en afwegen van voor- en nadelen van verschillende oplossingen, technieken of werkwijze. Het niveau van bewustzijn van externe invloeden en trends vanuit de maatschappij en politiek en de mate van adequate vertaling hiervan naar het eigen werkveld en de visie en doelen van de organisatie, de mate waarin men zich bewust is van de grenzen en mogelijkheden van de eigen positie in de organisatie en internationale of interculturele samenwerkingsverbanden.
Ontoereikend gedrag
Uitgaan van vooronderstellingen, niet navragen en afstemmen van begrippen en afspraken, gebrek aan belangstelling voor politieke en andere ontwikkelingen. Het negeren van of niet reageren op externe gebeurtenissen die de organisatie en taken kunnen beïnvloeden. Het negeren of niet reageren op internationale of interculturele verschillen.
Kunnen organiseren
De mate van vaardigheid in het organiseren van werkzaamheden en het maken van een praktische vertaling van abstracte besluiten naar concrete taken, alsmede het plannen en bewaken van mensen en middelen en borgen van deadlines en het resultaat. Het niveau van inzet, veerkracht en doorzettingsvermogen om ook bij tegenslag de doelen te realiseren. Het ambitieniveau in het stellen van doelen.
Ontoereikend gedrag
Niet maken van een duidelijke planning, het verzuimen van het benoemen en verdelen van taken, het verzuimen anderen aan te spreken op achterblijvende resultaten, het snel opgeven, “met de wolven meehuilen” als het tegenzit, snel tevreden zijn met een resultaat.
Kunnen faciliteren
De wijze van verkennen van de wensen en behoeften van gebruikers en klanten en de mate waarin vanuit hun perspectief oplossingen geboden worden. De mate van gerichtheid op samenwerking en gemeenschappelijke doelen. De wijze waarop men communiceert en actief luistert, empathie toont en laat zien zich bewust te zijn van het eigen aandeel in de interactie.
Ontoereikend gedrag
Denken en handelen vanuit eigen belang en perspectief, standaard oplossingen aandragen vanuit het eigen belang, gerichtheid op eigen belangen en doelen, eenzijdige communicatie, gebrek aan belangstelling voor en inlevingsvermogen in de ander. Andere beschuldigen of verwijten, “lik op stuk geven”.
Kunnen ondernemen
Het niveau van bereidheid tot het nemen van een gewogen risico, het zoeken en aangrijpen van kansen, en het accepteren van de consequenties van het handelen naar eigen inzicht. De mate waarin men alert is op mogelijkheden om winst of succes te behalen en daar verantwoordelijkheid voor neemt.
Ontoereikend gedrag
Het voortdurend uitsluiten van risico, pas iets aangaan als het resultaat zeker gesteld is, anderen beschuldigen als het resultaat tegenvalt of uitblijft, het negeren van mogelijkheden en het achterhouden van informatie waardoor anderen die mogelijkheden ook niet kunnen benutten.
Vertrouwen kunnen wekken
De wijze waarop men door integer handelen en deskundigheid professioneel vertrouwen van anderen weet te krijgen. De wijze waarop men afspraken nakomt en consequenties van eigen beslissingen en acties accepteert, zonder daarbij de belangen en het beleid van de organisatie te verloochenen.
Ontoereikend gedrag
Handelen op “titre personnel”, consequenties van eigen handelen op derden afwentelen, mensen inpalmen, “handjeklap” en “achterkamertjes politiek”, 1-2tjes, eigen belang boven organisatiebelang laten gaan, afschermen van informatie en eigen positie, roddel en achterklap, informatie lekken waar dat niet gepast is.
[Vorige pagina]
[Bovenkant pagina]